|
Killer Truus (25 december 2004)
Tijdens mijn maandelijkse krantenwijk loop ik langs tal van huizen in het kamp waar ik vriendelijk word begroet door honden die met kwijlende gebitten en 103dB geblaf en gegrom duidelijk laten merken dat als ik het in mijn botte hersens haal ook maar 1 stap binnensheks te zetten, zij zonder enige verdere onderhandeling mijn ingewanden uit mijn buik zullen scheuren. Op de hekken hangt dan ook overal een bordje "Beware of the Dog". Wij hebben geen hond, want wij houden niet van honden, sterker nog, wij vinden honden terreurvehikels voor stank en lawaai, dus kozen wij voor een wat stillere, kleinere, en opgeruimdere variant: de Huiskat (Arrogantus Alsdetiefus). Normaal gesproken laten ze niks van zichzelf horen, tenzij ze honger hebben. Dan schromen ze niet om, als de Whiskas gevulde kalkoen met gegratineerde aardappeltjes op een bedje van thijm/rozemarijnsalade niet helemaal naar hun smaak is, even te ruiken, zich om te draaien en vervolgens gewoon door te zeiken. Verder zijn het eigenlijk gewoon een stelletje natte winden.
Toch denk ik dat we maar een bordje op ons hek moeten hangen: "Beware of KillerTruus, enter at own risk". Dit is wat er gebeurde:
Onze buurvrouw aan het einde van de straat had een cobra in de tuin, en nadat we die weg hadden gejaagd, liep ze een stukje met ons op naar huis, zodat ze haar hond kon uitlaten. Ze heeft een labrador van zo'n meter hoog, een joekel van een beest. Bij ons aangekomen vroegen we of ze even wat kwam drinken, wat ze graag deed. Maar... waar we geen rekening mee hadden gehouden, is dat katten en honden niet zo goed samen gaan. Dirk en Truus zwollen dus ook in een fractie van een seconde op als een spons. Het leek wel alsof ze beide een half uurtje onder een hete föhn hadden gestaan. Met kromme ruggen en dikke staarten stonden ze ons bezoek duidelijk te maken dat ze niet welkom waren (althans, oom Hond in ieder geval niet). Wij hadden daar natuurlijk een oplossing voor: Hond buiten en katten binnen. Truus pikte dat onder geen voorwaarde en stond luid blazend achter het rooster van de voordeur. Hoe wij het in ons hoofd haalden om een hond op het erf toe te laten. Truus werd krankzinnig en was vastbesloten zich te laten gelden. Zij zou wel eens even laten merken wie hier de baas is, godnondeju. Truus vond een open raam en sprong naar buiten. De 2 daarop volgende minuten kan ik alleen maar beschrijven als paniek, herrie, angst, huilende labrador, derde wereldoorlog. Met honderdvijftig kilometer per uur racete de labrador door de tuin, staart tussen de poten en luid huilend, op de hielen gezeten door een honderdtweeenvijftig kilometer per uur racende Truus. Des duivels was ze! Ikzelf ben als de dood voor labradors, maar die kleine grijze kroket luste hem rauw. Grote, Stoere kater Dirk wilde natuurlijk direct zijn moeder bijstaan in de veldslag, maar had toevallig net even iets dringerende zaken onder ons bed te regelen. Hij ziet nu nog bleek.
Goed. Buurvrouw in paniek, Labrador jankend en krijsend op straat, Truus in de boom, de zwarte labradorharen onder haar nagelranden wegpoetsen, Dirk hyperventilerend onder ons bed, Cathy medelijdend vragen of alles ok is en ik met een strak gezicht een enorme slappe lach onderdrukken.
Truus heeft vandaag iets extra lekkers te eten gekregen. Dirk schaamt zich rot.
|
|